TRAMWEG–STICHTING

home > collectie > HTM 402

HTM 402

Paardentram werd aanhangrijtuig

In 1896 schafte de HTM een serie van 16 paardentramrijtuigen aan. De wagens werden bij Société Franco-Belge gebouwd en zijn bij de HTM in de wagenserie 200-215 ondergebracht. Dit zijn de laatste nieuwe paardentrams die de HTM heeft aangeschaft. De paardentrams van deze serie werden eerst voornamelijk ingezet op lijn E, de ′Rode lijn′ tussen Scheveningen Kurhaus en Plein via de Oude Scheveningseweg voor het personenvervoer naar het strand.

410
Zo moet de 402 er gaan uitzien

De wagens worden als eerste uit de paardentramdienst gehaald (op proefwagen 309 na) om in de winter van 1904/05 te worden aangepast voor de elektrische tramdienst als serie aanhangwagens 400-415. Onder andere de balkons worden opnieuw opgebouwd en krijgen een sierlijk rond uiterlijk en de blauwe paardentramkleur maakt plaats voor het later zo bekende HTM crème. Inzet in de begintijd is op lijn 8, 9 en 10 achter ′Hoogdakker′ motorwagens 21-150 en op lijn 3 achter de blauwe ′Tweeramers′ 1-20 (zie hier de door de TS bewaarde HTM 2).

Wagen 407 werd in 1909 voorzien van een solenoïderem en beproefd in de eerste driewagentram van de HTM (151-550-407); de inzet van deze driewagentrams werd in 1909 door de gemeente Den Haag toegestaan. Sinds de aflevering van de motorwagens uit de serie 250 uit 1919/21 gaf dit het prachtige beeld van de driewagentrams (250-500-400) uit de jaren 20 naar Scheveningen. Ook werden de wagens nog gebruikt op de zomerlijnen achter hoog- en laagdakkers (series 21-150, 151-168). Het gaat te ver om alle lijnen en motorwagenseries te noemen; deze aanhangwagens hebben achter elk type stadsmotorwagen in de jaren dertig dienstgedaan. Zij deden tot circa 1934 geregeld dienst, daarna alleen als extra aanhangwagen op zomerse dagen en op lijn 15. Vanaf 1942 weer volop in dienst tot vlak na de Tweede Wereldoorlog.

402
402 als tuinhuisje

In de oorlogsjaren vanaf mei 1942 en ook nog in 1946 hebben de aanhangwagens uit de serie 400-415 nog zeer veel gereden. De wagens waren, toen de 406 als laatste op 18 december 1946 uiteindelijk buiten dienst werd gesteld, dan ook echt aan een revisie toe. Deze hebben de wagens niet meer gekregen; ze werden in september 1947 afgevoerd. Acht stuks werden naar een sloperij aan de Ertskade in Amsterdam overgebracht (waaronder wagen 402) en deze wagens werden van wielstellen ontdaan en later verkocht als noodwoningen. Wagen 402 kwam als vakantiehuisje terecht op camping ′De Vossenburcht′ in IJhorst. Daar werd de tramwagen in 1969 na een oproep in de kranten rond Meppel om de aanwezigheid te melden aan de Haagse TS-werkgroep door tramhobbyisten ontdekt en historicus Johan Blok heeft ruim dertig jaar deze tramwagen in het vizier gehouden en gepoogd de tramwagen een museale bestemming te geven.

Dit lukte uiteindelijk op 25 augustus 2010 toen de campingeigenaar met Johan Blok belde en hem de wagenbak van de 402 schonk. Met een groep Haagse tramliefhebbers is op 17 en 18 december 2010 de bak transportklaar gemaakt en naar Den Haag overgebracht. De zeer winterse weersomstandigheden in die dagen waren niet erg toepasselijk voor het overbrengen van een ′zomerwagen′, maar gelukkig waren er vriendelijke campingbewoners die de vrijwilligers in de ijzige sneeuw en kou bijstonden met warme koffie en chocolademelk. Johan Blok schonk de wagen hierna aan de Tramweg-Stichting met als doel restauratie als aanhangwagen 402 en opname in de Haagse museumtramcollectie. Eind 2014 is een projectgroep binnen de TS samengesteld om de restauratie van deze bijzondere wagen voor te bereiden.

Ronald van Apeldoorn

Bron geschiedenis en gebruikte gegevens: Blok, J., Haagse trams, uitg. Elmar 1993

naar boven