Home
Overzicht historische trams
Musea, werkgroepen, beheerders
Over de Tramweg Stichting
Tram-links
RTM 50 and 1602Foto-galerij 
     

Grootbordeswagens

Na de eerste generatie electrische motorwagens uit de jaren 1900-'08 ontstond er na 1910 wegens uitbreiding van het Amsterdamse tramnet behoefte aan een nieuwe serie trams. In de jaren 1910-'13 kwamen de nieuwe elektrische tramlijnen 14 t/m 18 in dienst, in de jaren 1916 tot 1921 gevolgd door 12 en 19 t/m 23.

Hadden de tot dan geleverde motorwagens twee zijruiten en kleine open balcons, de vanaf 1913 geleverde tweede generatie had drie zijruiten en grotere gesloten balcons. Daarom werden zij ook wel 'grootbordessers' genoemd. In 1913 leverde Werkspoor te Amsterdam 65 motorwagens met de nummers 236-300. In 1918-'19 kwamen er nog eens 65 met de nummers 321-390.

Motorrijtuig 339 als H46 (1990) GVB 339 as works car H46

In dezelfde periode werd ook nieuw type bijwagen geďntroduceerd met vrijwel gelijke afmetingen, maar dan met vijf kleinere zijruiten. Van deze bijwagens werden er 180 gebouwd tussen 1914 en 1921, met de wagennummers 701-840 en 841-880.

Inzet en modernisering

De grootbordesmotorwagens reden dus veelal met de bijpassende bijwagens. Aanvankelijk ook wel met twee stuks, zodat een lange driewagentram werd gevormd. Zij reden in de jaren twintig vooral op de langere en belangrijkere tramlijnen, zoals 3, 4, 9, 10, 14. Na de komst van nieuwer materieel in 1929-'30 verhuisden zij ook naar andere lijnen. In de jaren dertig werden de trams gemoderniseerd: zij kregen de nieuwe blauw met grijze kleurencombinatie in plaats van het tot dan toe gebruikelijke donkerblauw met gelakte bruine zijpanelen en deuren. Ook werden bij de meeste trams de langsbanken vervangen door dwarsbanken. In de jaren vijftig werd een deel verbouwd tot eenrichtingwagen.

Het grootste deel van de grootbordeswagens reed circa veertig jaar in Amsterdam. Zij werden met de komst van moderne gelede trams buiten dienst gesteld tussen 1955 en 1960. Van de oudste serie werden in de jaren vijftig nog 25 exemplaren tot eenrichtingwagens verbouwd en wegens de komst van nieuwe bussen 1000 hoger genummerd. Hiervan bleef een exemplaar behouden, de (1)236. Van de jongere motorwagens (serie 321-390) werden er nog 17 verbouwd tot pekelwagens en een tot rangeerwagen. Na buitendienststelling in de jaren tachtig is ook hiervan een deel bewaard gebleven.

Tweede carričre

De 339 begon in 1956 een tweede leven als werkwagen. Deze behoorde tot zeventien motorwagens die vanaf 1956 dienst deden als pekelwagens P1-P17. In 1982 werden zij vernummerd in H31-H47. De 339 werd P16 (later H46). In 1988 werden de eerste zeven pekelwagens, waaronder de H46, buiten dienst gesteld. Zij werden in 1989 bestemd tot museummaterieel. Bij de H46 lag het in de bedoeling deze weer in de staat van aflevering te brengen als grootbordesmotorwagen 339. In 1990 begon de restauratie met verwijdering van de pekeltank en verbouwing van het interieur maar sindsdien is er weinig meer mee gebeurd. Sinds 2002 is deze motorwagen opgeborgen in een kazerne te Vught (Noord-Brabant).

tekst: Erik Swierstra
foto: coll. Erik Swierstra

Logo TS
Home
Overzicht historische trams
Musea, werkgroepen, beheerders
Over de Tramweg Stichting
Tram-links
RTM 50 and 1602Foto-galerij