Home
Overzicht historische trams
Musea, werkgroepen, beheerders
Over de Tramweg Stichting
Tram-links
RTM 50 and 1602Foto-galerij 
     

822: uit Amsterdams succesvolste bijwagenserie

Tegelijk met de aanschaf van de grootbordesmotorwagens 236-300 en 321-390 werden tussen 1914 en 1918 140 bijpassende bijwagens aangeschaft. Zij hadden vrijwel gelijke afmetingen als de motorwagens, maar in plaats van drie zijruiten, zoals de motorwagens, hadden de bijwagens vijf kleinere zijruiten.

De nieuwe trams waren een grote verbetering ten opzichte van de toen aanwezige bijwagens. Veel van die wagens waren nog afkomstig van de paardetram en waren verbouwd voor de dienst achter de electrische motorwagens. Wel waren er in 1910 al twintig 'luxe seizoensbijwagens' aangeschaft, maar deze waren eigenlijk te zwaar uitgevoerd om als bijwagen een succes te zijn. Zij werden in 1914 dan ook tot motorwagens verbouwd. Ook minder succesvol dan de grootbordeswagens waren de in 1911-1913 door Uerdingen en Werkspoor geleverde bijwagens van de (latere) serie 619-700.

De 701-840 werden door Werkspoor te Amsterdam geleverd in 1914-'18. In 1921 volgde nog een nalevering door HAWA in Hannover van veertig stuks. Zij kregen de nummers 841-880.

822 in Hoorn in 1969. Foto: coll. E. Swierstra

Aanhangrijtuig GVB 822

Omdat de grootbordesbijwagens geslaagd en met een groot aantal waren, zijn zij decennialang de ruggegraat van het bijwagenpark gebleven. Daardoor hebben zij ook achter de meeste motorwagentypen en op (bijna) alle Amsterdamse tramlijnen dienstgedaan, eerst alleen op de belangrijkste lijnen, later ook op de minder belangrijke.

Ook het aantal verbouwingen is relatief beperkt gebleven, zeker vergeleken bij de motorwagens. In de jaren dertig werd de donkerblauwe kleur met de gelakte zijpanelen en deuren vervangen door lichter blauw met grijs. Ook in de jaren dertig werden bij de nummers 701-826 de langsbanken door dwarsbanken vervangen. De ventilatieraampjes werden afgedekt door roostertjes. In 1937-'38 werden vijftien bijwagens (701-707 en 709-716) verbouwd tot de motorwagens 476-490.

In de jaren veertig werden de eerste exemplaren voor sloop afgevoerd. In de jaren vijftig werden de overgebleven wagens van de reeks 716-825 tot eenrichtingwagens verbouwd en werden er railremmen aangebracht. Ook werden vier bijwagens 'gemoderniseerd' met vouwdeuren en zittende conducteur.

Na de buitendienststelling van de laatste grootbordesmotorwagens in 1960 waren er nog 85 bijwagens van dit type over, ruim de helft van het oorspronkelijke aantal. Zij deden nog dienst achter de 80 motorwagens 396-475 (en tot 1961 de elf Utrechtenaren). Tot 1968 werden ook zij buiten dienst gesteld. In de jaren 1967-'70 werden uiteindelijk veertien van deze bijwagens bestemd tot museumwagens.

Van dit type zijn er in Amsterdam sindsdien vijf exemplaren gerestaureerd en rijvaardig gemaakt (721, 731, 748, 792, 807). De 766 vertrok in 1981 naar het depot Scheveningen van de Tramweg-Stichting om daar als bijwagen B37 in stijl van de NZH te worden gerestaureerd om met de NZH-motorwagen A327 een tramstel te kunnen vormen. De 757 ging in 1982 naar Wehmingen (nabij Hannover, Duitsland) in ruil voor de Kasseler bijwagen 511, die naar Amsterdam kwam (en later weer terugkeerde naar Duitsland). Voorts zijn er nog zeven bijwagens van dit type in Amsterdam bewaard gebleven (739, 754, 778, 780, 816, 820 en 822) en wachten in diverse remises en loodsen op betere tijden. De 822 werd in 2002 opgeborgen in een kazerne te Vught (Noord-Brabant).

tekst: Erik Swierstra
met aanvullingen van Cor Fijma

Logo TS
Home
Overzicht historische trams
Musea, werkgroepen, beheerders
Over de Tramweg Stichting
Tram-links
RTM 50 and 1602Foto-galerij