Amsterdamse railreiniger Rr3
Geschiedenis van de
Railreiniger H56 (ex-Rr3) - bouwjaar 1958
Voor het schoonhouden van de rails beschikte het Amsterdamse trambedrijf over Railreinigers. Aanvankelijk waren dit bijwagens, maar in 1910 werd de eerste railreinigmotorwagen geleverd, in 1914 gevolgd door een tweede. Beide werden gebouwd door de Vereinigte Isolierte Werke in Duitsland.
Foto: Cor van Mechelen, 11 september 1967, uit: Electrische Museumtrams (...), Amsterdam 1988.
In 1955 kregen zij de nummers Rr1 en Rr2, zij werden toen voorzien van motoren van de afgevoerde motorwagens 319 en 313. De Rr2 was in 1947 al uitwendig gemoderniseerd, de Rr1 werd in 1959 afgevoerd. Dit nadat in 1958 door Schörling in Hannover een nieuwe railreinigmotorwagen was afgeleverd met het nummer Rr3. Deze was van een moderner type wat door Schörling in de jaren vijftig aan diverse Duitse steden werd geleverd.
De Rr2 deed nog dienst tot 1972, waarna deze in 1978 een bestemming als museumwagen kreeg.
In 1970 werd bij de Rr3 de oorspronkelijke grijze kleur vervangen door het toen moderne oranje. In 1978 onderging de Rr3 een modernisering, waarna deze nog enkele jaren gebruikt werd. In 1982 kreeg hij bij de algehele vernummering van werkmaterieel het nummer H56. In 1988 kwam hij buiten dienst te staan en werd in 1989 bestemd tot museumwagen. Het reinigen van de rails geschiedde voortaan uitsluitend met railreinigauto's.

Niet alleen de proefrit zelf was geslaagd; ook de foto's die ervan zijn gemaakt, mag je wel een succes noemen! (Beide plaatjes: René Platjouw)
De Rr2 werd in 1991 weer uit het stof gehaald en maakte eenmalig een rit tijdens de tramoptocht 'Tram '91'. Beide motorwagens wachten sindsdien op betere tijden. Na enige tijd in de open lucht in Amsterdam-Noord te hebben doorgebracht is de H56 is in 2002 ondergebracht in een kazerne te Vught. In 2004 verhuisde deze naar de tramlijn van het Nederlands Openlucht Museum te Arnhem om daar weer rijvaardig en reinigvaardig te worden gemaakt.
Tekst: Erik Swierstra
Restauratie
De ooit scheef gemonteerde ophanging is verwijderd, geheel gedemonteerd en schoongemaakt en opnieuw, nu op de juiste manier (!) weer gemonteerd. De krachtige ventilator is nagezien en van een nieuw uitgebalanceerd schoepenrad voorzien.
De watertank is geopend, van binnen schoongemaakt en van een nieuwe coating voorzien. Dit is eveneens gedaan met de vuiltank, waarin een nieuwe stortklep is gemonteerd.
De interne afwateringsgoten van het dak zijn afgedicht en de dakgoten hebben afwateringsgootjes gekregen die het hemelwater gewoon in de buitenhoeken afvoeren. Het dak is gereinigd en waar nodig zijn rotte plekken vervangen. De pantograaf is gerevideerd en weer gemonteerd.
Alle electrische apparatuur in de cabine is inmiddels weer gangbaar gemaakt. Waar nodig is nieuwe bekabeling aangelegd. Beide beschikbare motoren zijn momenteel (mei 2005) weggezonden voor revisie In afwachting van hun terugkeer zijn de spaakwielen grondig gereinigd en geschilderd.
Uiteindelijk is de beplating weer strak geplamuurd en geschilderd in de oude grijze kleur.
Tekst en foto's:
René Platjouw, mei 2005